Stephen Miller, zijn naaste assistent Donald Trump en voormalig DOGE-medewerker, heeft het immigratiedebat nieuw leven ingeblazen met een brede kritiek op de naoorlogse keuzes van het Westen, met het argument dat modern beleid de dekolonisatie heeft veranderd in een zelf veroorzaakte tegenslag. In zijn post op X bekritiseerde Miller wat hij omschreef als de immigratieaanpak van de vorige regering, en beweerde hij dat westerse landen hun deuren openden ten koste van hun eigen burgers.
“Kort na de Tweede Wereldoorlog ontbonden westerse landen hun rijken en koloniën en begonnen grote hoeveelheden belastingsteun naar de voormalige gebieden te sturen (hoewel ze daardoor veel rijker en succesvoller werden).” Volgens hem worden migranten niet alleen verwelkomd, maar krijgen ze ook sociale voorzieningen, politieke rechten en, in sommige gevallen, een voorkeursbehandeling op juridisch en financieel gebied vergeleken met autochtone inwoners.“Het Westen opende zijn grenzen, een soort van ongedaan maken van de kolonisatie, het verstrekken van welvaart en geldovermakingen, terwijl nieuwkomers en hun families niet alleen volledige rechten kregen, maar ook een preferentiële juridische en financiële behandeling kregen boven autochtone burgers. Het neoliberale experiment is in de kern een al lang bestaande straf voor de plaatsen en volkeren die de moderne wereld hebben opgebouwd”, voegde hij eraan toe. Stephen Miller staat bekend om zijn anti-immigratieopvattingen en speelde een sleutelrol in het scheidingsbeleid voor gezinnen, waarbij kinderen werden weggehaald bij hun ouders die illegaal de grens tussen de VS en Mexico overstaken.


