Home Nieuws Directe rapporten aan satellieten duiden op de interesse van besluitvormers

Directe rapporten aan satellieten duiden op de interesse van besluitvormers

2
0
Directe rapporten aan satellieten duiden op de interesse van besluitvormers

Uit adoptiegegevens blijkt dat het industriële IoT al aan het versnellen is. 78% van de respondenten meldde een grotere vooruitgang in de afgelopen twaalf maanden, vergeleken met 68% een jaar eerder. Meer dan de helft, namelijk 55%, maakt nu gebruik van satellieten in hun IoT-regio’s, vergeleken met 41% het jaar daarvoor. De grafiek op pagina 9 laat deze verandering duidelijk zien, waarbij hybride connectiviteit de implementaties van alleen terrestrische netwerken overtreft.

Er zijn ook prestatieverschillen gerapporteerd. 86% van de organisaties die satelliet- en mobiele connectiviteit combineren, rapporteert een grotere vooruitgang, vergeleken met 70% van de terrestrische gebruikers. Misschien kunnen satellieten de opbrengsten verbeteren, of zullen geavanceerdere programma’s eerder bereid zijn om in hybride connectiviteit te investeren. Voor besluitvormers gaat het om correlatie en niet om bewijs van effecten.

Begrotingssignalen versterken deze richting. 93% van de respondenten is van plan de IoT-uitgaven te verhogen, met een gemiddelde stijging van 27%. Zelfs organisaties die beperkte vooruitgang melden, zijn van plan hun budgetten uit te breiden. Dit suggereert dat IoT-connectiviteit, inclusief satelliet, wordt behandeld als infrastructuur en niet als een discretionair experiment.

Kosten zijn echter de meest genoemde belemmering voor de implementatie van satellieten in IoT-projecten. 69% van de terrestrische respondenten en 57% van de hybride gebruikers noemde de kosten een uitdaging. Hoge hardwarekosten zijn te wijten aan de beperkte beschikbaarheid van apparaten, zoals aangegeven door 39% van de terrestrische respondenten en 35% van de hybride respondenten.

Ook de complexiteit van de integratie is aanzienlijk. 47% van de terrestrische teams meldde problemen bij het verbinden van satellieten met bestaande platforms. Van de hybride gebruikers noemde 60% de complexiteit, hetzij bij het beheer van dubbele netwerken, hetzij bij de satellietoplossing zelf. De sectorverschillen zijn duidelijk: in de transportsector rapporteerde 51% van de hybride respondenten integratieproblemen, die de complexiteit van de regelgeving en het roamen op grote vloten over de nationale grenzen weerspiegelen. In de mijnbouw vormen de hoge apparaatkosten een acuter probleem: 44% signaleert dit probleem.

De intentie om D2D te adopteren is sterk. 90% van de respondenten is het erover eens dat D2D de adoptie van IoT zal versnellen. 26% is van plan om binnen zes maanden te adopteren, 69% binnen twaalf maanden en 91% binnen achttien maanden, waarbij het rapport een concentratie van adoptieplannen in het komende jaar laat zien. Transport voert de sectordoelstellingen aan, met een planningsimplementatie van 81% binnen twaalf maanden.

De haalbaarheid blijft echter nog achter bij de ambities van de respondenten. 81% gelooft dat D2D-adoptie pas na één tot twee jaar mogelijk zal zijn. Externe barrières zijn onder meer de hoge kosten, genoemd door 53%, de beperkte beschikbaarheid van apparaten bij 38%, en integratieproblemen bij 37%. 34% sprak van een gebrek aan bewezen gebruiksscenario’s, en intern rapporteerde 39% een voorkeur voor bestaande connectiviteitstechnologieën, terwijl 37% een gebrek aan expertise uitte. Een kwart van de respondenten kon desgevraagd D2D niet nauwkeurig definiëren.

Nieuwsbron

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in